Tien
jaar geleden ondertekenden 29
Europese onderwijsministers de
Bolognaverklaring die een schokgolf
veroorzaakte in het Europese hoger
onderwijs. Toen werd afgesproken om
tweejaarlijks een evaluatie te
maken. Dit jaar gaat deze
opvolgingsconferentie door in
Leuven/Louvain-la-Neuve in april
2009. Tegen 2010 zou de voltooiing
moeten plaatsvinden van de Europese
onderwijsruimte, dus is deze
conferentie geen fait divers.
De Bologna-ministers ondertekenden
tien jaar geleden een gezamenlijke
verklaring waarin men haar antwoord
gaf op de veranderingen in de jaren
’90 binnen de Europese
onderwijsruimte. Men wilde onder
andere het onderwijs beter afstemmen
op de Europese arbeidsmarkt, er kon
ook niet zomaar nog overheidsgeld in
het onderwijs gepompt worden en de
competitiviteit moest verbeterd
worden.
In Vlaanderen volgde al snel een
resem decreten die het Vlaams hoger
onderwijs drastisch hertekende. De
meest in het oog springende was de
invoering van het bachelor-master
systeem. Academische bachelor en
masters werden ingevoerd aan de
universiteiten en de graduaten
werden vervangen door professionele
bachelor aan de hogescholen. De
hogescholen moesten hun opleidingen
van het lange type dus academiseren
en werden geïntegreerd in
associaties met de universiteiten.
Het "flexibiliseringsdecreet" zorgde
voor het invoeren van het
creditsysteem waardoor werd
afgestapt van het rigide
jaarsysteem. Studenten die 10/20
halen, verwerven een credit dat
onbeperkt geldig is. Daarnaast werd
een systeem uitgewerkt voor het
erkennen van eerder verworven
kwalificaties (EVK) en competenties
(EVC). In dat laatste geval kan
iemand die kennis, vaardigheden,
inzicht en attitudes heeft verworven
door ervaring en praktijk sneller
een diploma halen. Voortaan werd ook
de meeneembaarheid van beurzen
versoepeld zodat je in het
buitenland nog steeds kon genieten
van een studietoelage van de Vlaamse
overheid.
Studenten worden klanten
2010 is de oorspronkelijke deadline
die de ministers zich stelden en dus
is het tijd om een balans op te
maken. In enkele landen zorgden de
Bologna-hervormingen voor een
positief effect. Binnen de Europese
ruimte werden credits en diploma’s
beter erkend en de vergelijkbaarheid
tussen landen werd vergemakkelijkt
waardoor de internationale
mobiliteit kan toenemen. Ook sommige
flexibiliseringmechanismen zoals
diploma’s toekennen op basis van
eerder verworven competenties, is
een stap vooruit. Ook de mentaliteit
veranderde. Er was meer aandacht
voor mobiliteit en
internationalisering, maar
tezelfdertijd sijpelde het
marktdenken verder door in het
onderwijs. Van bij de aanvang van
het Bologna-proces werd daar al
tegen geprotesteerd door de
studentenbeweging. Onderwijs wordt
meer en meer gezien als een
grondstof voor de kenniseconomie en
studenten worden klaargestoomd voor
de arbeidsmarkt waarbij de sociale
dimensie volledig op de achtergrond
verdwijnt.
Studenten werden klanten die voor
hun diploma betaalden aan een
onderwijsinstelling. Bovendien
moeten de Europese universiteiten
omgebouwd worden tot instellingen
die kunnen concurreren met
Amerikaanse en Canadese
universiteiten. Dat bevorderde zeker
niet de samenwerking in Europa zelf.
Naast het markt- en
concurrentiedenken doet ook het
managementdenken zijn intrede.
Steeds meer wordt de nadruk gelegd
op efficiëntie, output, rendement, …
en de stem voor deregulering klinkt
steeds luider. Ook in Vlaanderen is
het niet allemaal rozengeur en
maneschijn. Er ontstonden niet
alleen overgangsperikelen met
studenten die nog in het "oude
systeem" zaten, maar de hele
hervorming dreigde ook nieuwe
sociale drempels te creëren.
De studiedruk nam toe in een aantal
opleidingen en de studieduur wordt
steeds meer verlengd. Vandaag
weerklinkt de roep voor een
veralgemening van 2-jarige Masters
steeds luider waardoor iedereen die
een volledige universitaire
opleiding wil volgen sowieso al voor
5 jaar vertrokken is. De reden is
dat men in het buitenland wel
2-jarige Masters heeft en onze
diploma’s daardoor minder waard
zouden kunnen zijn. Met
studieduurverlenging moet toch
voorzichtig worden omgesprongen
aangezien dit de studiekosten laat
stijgen en tegelijkertijd bouwt een
student geen enkel sociaal recht op.
Werkgevers kijken trouwens minder
naar de studieduur dan naar de
studieresultaten en indien je als
student nog een specialisatie
overweegt, kan het handig zijn om de
Masterjaren niet oneindig te
verlengen. Het lijkt er tevens op
dat verschillende opleidingen in de
humane wetenschappen trachten via
een studieverlenging meer geld
binnen te halen van de overheid. Dat
is volledig begrijpbaar gezien de
onderfinanciering in deze
onderwijstakken en het gebrek aan
andere middelen, maar verschuift het
probleem alleen maar. Het getuigt
trouwens van een enge visie als je
onderwijskwaliteit gaat meten aan de
hand van de duur van je opleiding.
Welke doelstelling
Ook binnen de flexibilisering zijn
er veel gemiste kansen. Vooral bij
het aantrekken van nieuwe
doelgroepen hangt veel af van de
goodwill van de instellingen. De
toepassing van EVC wordt nog veel te
weinig gebruikt en het
studiepuntensysteem werd door vele
instellingen gebruikt om deliberatie
af te schaffen waardoor soms onnodig
veel vakken worden meegesleurd. Wat
uiteindelijk ook de studieduur
verlengd.
De toekomst van het
Bologna-proces
De tijd is aangebroken om het
Bologna-proces te herdefiniëren. Het
moet uitgaan van de eenvoudige
doelstelling een sociaal,
kwaliteitsvol en democratisch hoger
onderwijs te creëren. Daarbij moet
de inspraak van studenten maximaal
zijn. Sociale ongelijkheden moeten
niet gereproduceerd worden, maar het
hoger onderwijs moet net een hefboom
worden voor sociale mobiliteit. Het
Bologna proces moet dus gestuurd
worden vanuit de maatschappelijke
rol van het hoger onderwijs.
De komende jaren moet er dus
topprioriteit gegeven worden aan de
sociale dimensie. Dat betekent dat
hoger onderwijs een publieke
verantwoordelijkheid is waarbij
aantrekkelijkheid in de plaats staat
van competitiviteit en alle
deelnemende partijen betrokken
worden. De sociale dimensie werd pas
toegevoegd na de conferentie van de
Bologna-ministers in 2007 in Londen.
Het enige wat verder nog gebeurd is,
is het opstellen van een definitie
door de werkgroep rond de sociale
dimensie. Die definitie is uiterst
oppervlakkig en multi-interpretabel.
Alleszins bleven concrete
maatregelen om de sociale dimensie
verder in te vullen uit.
Inschrijvingsgelden en
studiefinanciering zijn duidelijk
taboes, maar wel de basis voor een
sociaal hoger onderwijs. Daarvoor
schuift de Vlaamse Vereniging voor
Studenten (VVS) een aantal
actielijnen naar voren.
Respact
In het verlengde van de campagne
ResPact (zie vorige Rood), blijven
studiekosten een belangrijke
prioriteit. Zonder het drukken van
de studiekosten, is geen sociale
dimensie mogelijk. Het Bologna
proces moet er voor kiezen op
supranationaal niveau de geleidelijk
kosteloosheid opnemen als expliciete
actielijn. Dat betekent het naleven
van een engagement dat alle
Bologna-landen ondertekenden in het
Pact van New York. Dat betekent dus
dat men regelmatige kostenmetingen
moet doen. Een eerste stap is de
afschaffing van inschrijvingsgelden
en rechtstreeks
studiekostendrukkende maatregelen
zoals gratis openbaar vervoer.
Tezelfdertijd moet een basisbeurs
voor alle studenten de drempels
verlagen, de studiekosten dekken en
de onafhankelijkheid van de student
bestendigen. We kanten ons dus tegen
prestatiebeurzen en studieleningen.
Dit moet de kern worden van een
studentvriendelijk hoger onderwijs.
Krachtig signaal
Verder is er een democratisch
probleem. Niet alleen worden
studenten slecht betrokken in het
proces. De rol van de Europese Unie
en de Commissie zou moeten
uitgeklaard worden. In principe
heeft de EU geen
beslissingsbevoegdheid in deze
materie, maar heeft haar Commissie
wel het statuut van volwaardig lid
van de Bologna Follow-Up Group
terwijl Bologna veel breder gaat dan
de EU. Bovendien moet de verhouding
ten opzichte van de
Lissabon-strategie uitgeklaard
worden en zwaar ingeperkt.
De Lissabon-retoriek komt
herhaaldelijk terug in het
Bologna-proces terwijl in het
Lissabon-proces onderwijs een
instrument is voor de kenniseconomie
en het Bologna-proces geen
instrumentalistische visie zou mogen
hanteren. Onderwijs moet vooral
kwaliteitsvol en democratisch zijn
waarbij de sociale dimensie
topprioriteit is. Er is dus een
democratisch probleem inzake de
bemoeienissen en de macht van de EU.
Men moet zich blijven verzetten
tegen de pogingen van de EU om het
Bologna-proces te beïnvloeden. Ze
gaat daarbij steevast haar boekje te
buiten. Zo pleitte ze vorig jaar nog
voor hogere inschrijvingsgelden
terwijl ze hierin geen bevoegdheid
heeft. Toch gebruiken vele landen
deze communiqués om hun eigen beleid
te verdedigen.
Het komt er dus op neer in april
2009 een krachtig signaal te geven
aan de Europese onderwijsministers
die samenkomen in Leuven en
Louvain-La-Neuve. Er worden acties
verwacht. Wij houden jullie op de
hoogte.
www.respact.be