De oorsprong van ‘t Zal Wel Gaan ligt bij drie leerlingen van Gentse atheneum aan de Ottogracht in 1852. Zij richten een Vlaamse kring stond onder invloed hun leraar Heremans, die een vertegenwoordiger is van een nieuwe politieke generatie, die beïnvloed was door de economisch en sociaal-politieke crisis van de jaren ’40, waarin Vlaanderen structureel achterop zal lopen op Wallonië. Stichtend lid Julius Vuylsteke zal het initiatief meenemen naar de Gentse rijksuniversiteit, waar hij in het academiejaar 1853-1854 het Taalminnend Studentengenootschap ‘t Zal Wel Gaan opricht.
De belangrijkste elementen van waardoor het jonge ‘t Zal zich in de beginjaren kenmerkt, zijn de steun voor de jonge Vlaamse beweging en het verzet tegen de macht van de kerk die zich zal verzetten tegen het vrij onderzoek. Het motto van ‘t Zal “Klauwaard en Geus”, drukt deze tweeledige bekommernis uit. Klauwaard, als verdediging van de Vlaamse strijd. Geus, als vrijzinnig verzet tegen de macht van de kerk. De leden kwamen uiteraard uit de liberale burgerij, zoals we kunnen verwachten van een 19e eeuwse studentenvereniging van een universiteit met 318 studenten.
Deze twee elementen, Klauwaard en Geus, zullen gedurende de hele geschiedenis van ‘t Zal een belangrijke rol blijven spelen, hoewel elke generatie zich op een andere manier tegenover de Vlaamse beweging en de vrijzinnigheid zal verhouden.
In 1857 zal de kerk de ban uitspreken over de literaire almanak van ‘t Zal. Deze “ban” zal later deel uit gaan maken van de ludieke tonzittingen van de vereniging, door speeches van leden te belonen met een “ban”. In 1858 zal er opschudding ontstaan in Gent als de jonge tzaller Adolf Dufranne, voor het eerst burgerlijk begraven wordt. Dufranne stond samen met een andere tzaller, Emiel Moyson, aan de wieg van de eerste Gentse vakbonden.
Vanaf 1870 zullen de tijden steeds woeliger worden:de Frans-Duitse oorlog, de commune van Parijs, een schoolstrijd, het teloorgaan van de Eerste Internationale, groeiende studentenaantallen en een steeds grotere katholieke vertegenwoordiging onder die studenten. Tijden waarin de politieke tegenstellingen op scherp staat en waar ‘t Zal de vruchten van zal plukken, in de vorm van groeiende ledenaantallen.
In 1885 wordt ter ere van de vijfentwintigste studentenalmanak besloten een bond op te richten voor oud-leden van ‘t Zal. Deze bond, kortweg de BOL genoemd, zal vanaf dat moment blijvend in een dialectische verhouding staan tussen het vanaf dan zogenaamde “Jong ’t Zal” en over tal van politieke en levensbeschouwelijke onderwerpen botsen met de jonge generaties. We kunnen zelfs beweren dat deze dynamiek tussen leden en oud-leden bepalend is voor de identiteit van ‘t Zal.
De periode rond 1885 is een zeer belangrijke voor ‘t Zal, aangezien ze zich mengen in debatten en deel uit maken van commissies en verbonden die pleiten voor een vernederlandsing van het onderwijs. ‘t Zal maakt deel uit van de voorhoede die streeft naar Nederlandstalig hoger onderwijs. Pas in 1930 zal de Gentse universiteit overigens definitief en volledig een Nederlandstalige universiteit worden.
In 1904 leidt de strijd voor Nederlandstalig hoger onderwijs zelfs tot een schisma in ‘t Zal. Aangezien in het parlement enkel de christendemocraten bij monde van priester Fonteyne een vernederlandsing van het hoger onderwijs genegen zijn, stellen een aantal ‘’t Zallers voor deze Vlaamsgezinden te steunen. De motie haalt het niet binnen ‘t Zal, maar een antiliberale fractie besluit uit het Taalminnend Studentengenootschap te stappen, met als argument dat ‘t Zal apolitiek zou moeten zijn en enkel nadruk moet leggen op het vrijzinnige en Vlaamse karakter ervan.
Bij de overgebleven liberale (en een enkele socialistische) vrijzinnigen van ‘t Zal na dit schisma zullen, zeker tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog, steeds huiveriger worden voor een nieuw Vlaams radicalisme, dat bovendien gesteund zal worden door de Duitsers. De Vlaamse vrijzinnigheid raakt in een impasse, aangezien ze niets te maken hebben met deze nieuwe generatie Vlaams-nationalisten.
Dit zal na de Eerste Wereldoorlog leiden tot een belangrijk twistpunt tussen het Jong ‘t Zal en de oud-ledenbond. De studenten zullen immers meer en meer gebruik gaan maken van faciliteit die hun aangeboden worden door de activistische nieuwe Vlaamse beweging. Ze verwerpen de politieke (liberale) positie van de oud-leden, die hier niet mee ingenomen zijn.
In de jaren ’30 zijn de tijden echter voorspoedig voor vrijzinnige studentenverenigingen, wat zich uit in een hoogtepunt van intellectuele creativiteit en ludieke bijeenkomsten vol zelfkritische en cynische humor, wellicht ter compensatie van de heftige confrontaties en schisma’s in de jaren ervoor. Uiteindelijk zal dit ook leiden tot een steeds groter antifascistisch politiek engagement. Het ludieke antibestuur van ‘t Zal, bestaat steeds vaker uit militante communisten, waarvan er twee zelfs zullen sneuvelen in de Spaanse burgeroorlog.
Na de Tweede Wereldoorlog zal ‘‘t Zal blijven strijden tegen het fascisme. Een groot aantal leden zal zijn omgekomen in de oorlog. ‘t Zal breekt dan ook volledig met de nationalistische Vlaamse beweging en de communistische vertegenwoordiging blijft groot. Politiek gezien zal ‘t Zal echter links en rechts in dialoog blijven houden tegen het fascisme en voor de vrijzinngiheid.
De jaren ’60 zullen een nieuwe anarchistische periode voor ‘t Zal inluiden. Leden zullen in alle maatschappelijke veranderingen en de betekenis van de studenten daarin een prominente rol spelen. Door het antiautoritaire elan van de tijd zal ‘t Zal het bijkomende motto Geen God, Geen Meester aannemen.
Volgens Manu Robbroeckx is de mooiste periode van ‘t Zal Wel Gaan die tussen 1965 en 1967. Dit was op het hoogtepunt van de provobeweging, waar alle ’t Zallers in die tijd deel van uitmaakten. De ledenpopulatie bestond in die tijd uit kunstenaars en hogeschoolstudenten. In de naoorlogse periode met een sterke economisch opleving en een groeiend jongerencohort, reageert deze generatie op de consumptiemaatschappij die aan het opgedrongen wordt. Dit is niet wat ze willen. Drie thema’s leven sterk bij de provo-’t Zallers. De revolutie in Cuba, de oorlog in Vietnam en het existentialisme.
Provo zal zich uiteindelijk ontbinden in 1967, aangezien er onder druk van maoïstische en trotskistische groeperingen teveel orde en discipline op de jongerenbewegingen wordt gelegd. Bovendien zien ze dat de arbeidersgroepen uiteindelijk liever kiezen voor een autootje en een tv, dan voor de revolutie. Ze beslissen dat als ook de arbeiders vallen voor het consumptiekapitalisme het geen zin heeft om nog te vechten. Het vrije, decentrale en anarchistische provo besluit te stoppen op het hoogtepunt.
Na het einde van provo ontstaat er een conflict in ‘t Zal. Een groot aantal leden is het niet meer eens met de apolitieke stellingname van ‘t Zal. Zij verlaten de vereniging en sluiten zich aan bij trotskistische en vooral maoistische studentenbewegingen. Dit werd ruimschoots gecompenseerd door de aanwas vanuit een nieuwe generatie, die juist niet op een politieke lijn wilden doorgaan.
In de tijd van provo wordt het bestuur afgeschaft en komt de macht van ‘t Zal te liggen bij de algemene vergadering. In 1971 zullen een aantal leden een verkozen bestuur eisen en plegen een putsch. Deze machtsstrijd zal beslecht worden in het voordeel van zij die tegen een bestuur zijn. De putschisten verlaten ‘t Zal en richten een nieuwe vereniging op, die het overigens niet lang zal volhouden. Een nieuwe leden aanwas voor ‘t Zal is het gevolg.
In de tweede helft van de jaren ’70 neemt de belangstelling af, tot er eind jaren ’70 nog maar enkele leden over zijn. De oudledenbond doet een poging nieuwe mensen te vinden. Dit lukt. Begin jaren ’80 beleeft ‘t Zal een nieuwe hoogtepunt met mensen als Luc Taillard en Tom Lanoye. In 1981 verschijnt er weer een almanak van ‘t Zal. Onder impuls van Tom Lanoye richt ‘t Zal een literair tijdschrift op: ‘t Zwarte Gat.
Eind jaren ‘80 was ‘t Zal praktisch uitgestorven. ‘t Zal zou twee jaar lang op legendarische wijze in stand gehouden zijn door één lid, Philippe François, dat elke dinsdagavond met zichzelf samenkwam en monologen met zichzelf hield en daar verslag van maakte. Door zijn vertegenwoordiging van ‘t Zal. In de officiële organen van de universiteit kon het studentengenootschap statutair overeind blijven.
In 2010 vierde de Bond der Oud-Leden haar 125e verjaardag. Ter gelegenheid daarvan werd opnieuw een Geuzenprijsuitgereikt. In 2012 viert ‘t Zal Wel Gaan zijn 160e verjaardag.
Hier vind je een selectie van historisch beeldmateriaal. Ook is er een uitgebreide geschiedenis van ‘t Zal Wel Gaan met bijdragen over alle perioden beschikbaar (1852-1952, 1953-1980 of een bloemlezing).
